Expert Rob Lengkeek praat de co-assurantiemarkt bij over nieuw fenomeen van 'sneeuwdruk'-schades
Vorig jaar november werd de verzekeringsbranche geconfronteerd met een nieuw schade-fenomeen: een kleine honderd daken van bedrijfs- en andere gebouwen stortten geheel of gedeeltelijk in, vooral in het oosten van het land. “Een ongelukkige cumulatie van ongunstige factoren”, zo luidt de (voorlopige) conclusie, die Register-Expert Rob Lengkeek (Lengkeek Laarman & De Hosson) op 3 april jl. ventileerde tijdens een met meer dan 200 deelnemers druk bezochte kennisbijeenkomst die was georganiseerd door de VNAB en de beide beursbrandclubs ABBC en RBBS in het Amsterdams WTC.
De ervaren schade-expert deelde zijn aandachtig gehoor mee dat hij in zijn inmiddels meer dan 35 jaar durende loopbaan meer dan eens een dakinstorting als gevolg van overtollige neerslag had meegemaakt, maar nimmer in die frequentie en omvang als in vorig najaar. Uit een eerste berichtgeving rond een VROM-onderzoek naar de oorzaken hiervan zou blijken dat het merendeel van de ingestorte daken te wijten is aan constructiefouten. Op grond van zijn eigen bevindingen stelde Lengkeek dat hierbij meerdere oorzaken van invloed moeten zijn geweest. Hij hield zijn gehoor voor dat de sneeuwdikten van 25 november 2005 en die van 2 maart 2006 op zich genomen ongeveer hetzelfde waren, maar dat de samenstelling van de sneeuw volstrekt verschilde. “Hoe is het anders te verklaren dat op 2 maart jl. als gevolg van de sneeuwval zich geen enkele dakinstorting in ons land heeft voorgedaan?”.
Over de schades die zijn ontstaan op of kort na 25 november 2005 spreekt hij van 'een bijzondere samenloop van omstandigheden'. “Deze zijn mede veroorzaakt door langdurige en extreme neerslag – tot 60 à 75 mm – bevriezing en verstopping van afvoeren en doorgebogen afschotten, waardoor het smeltwater niet weg kon, ijsklontering op daken en door windvlagen ontstane sneeuwhopen. Bij een dergelijke belasting wreekt elke berekenings- of constructiefout en begeven bijvoorbeeld niet goed uitvoerde lasnaden”, aldus Lengkeek, die ook voorbeelden van te goedkoop uitgevoerde constructies, ouderdomsverschijnselen en corrosie zegt te zijn tegengekomen. Hij pleitte voor aanscherping van de afschotregels, verhogen van de veiligheidsreserve en het berekenen van sneeuwdruk in combinatie met windbelasting.
Ook aan het adres van de verzekerinsgbranche kwam de schade-expert met een aantal aandachtspunten. Zo zei hij het wenselijk te achten dat er meer duidelijkheid komt over wat in de branche precies onder 'constructiefouten' wordt verstaan. Bovendien is bij dergelijke grote schades snel duidelijkheid gewenst over het dekkingsvraagstuk. Van VNAB-voorzitter Rolf van der Wal kreeg Lengkeek de toezegging dat hieraan gewerkt zal worden. Zo ook dat aandacht besteed dient te worden aan het vinden van praktische oplossingen bij een mogelijk conflict of intrest tussen opstal- en inventarisverzekeraar, waarbij laatstgenoemde na een calamiteit snel tot beredding van de goederen wil overgaan maar de opstalverzekeraar liever nader toedrachtsonderzoek naar de schadeoorzaak doet. Refererend aan een krantenbericht over de afwikkeling van een 'sneeuwdruk'-schade noemde Van der Wal het slecht voor het imago van de co-assurantiemarkt dat tweederde van de verzekeraars tot betaling is overgegaan maar de overige risicodragers op de post de schadeclaim afwees.