Firmant en vakgroepmanager Brand bij Lengkeek, Eddy Albers, gaat eind december met pensioen. In een exit-interview met 'Schade' blikt hij terug op bijna dertig jaar werk als expert en op de goede en minder goede ontwikkelingen.
"Zonder het BCE en het NIVRE was de expertisebranche los zand gebleven, zonder kwalificaties voor de experts. Ook was de branche geen serieuze gesprekspartner geworden van opdrachtgevers. We hebben als bedrijfstak een gezicht gekregen en als beroepsgroep meer in te brengen in de markt dan pakweg twintig, dertig jaar geleden. Daarvoor mag de branche de mensen van het eerste uur en vele anderen heel dankbaar zijn", aldus Albers in het interview.
Tot de minder goede ontwikkelingen behoort volgens hem het expertisebeleid van verzekeraars, dat hij bestempelt als penny wise pound foolish. "Ik heb het afgelopen jaar een lijst met circa drieduizend opdrachten in de brandsfeer bijgehouden, waarvan bij ons zowel het geclaimde bedrag, circa 63 miljoen euro, als de schadevergoeding die verzekerden na onze schadevaststelling daadwerkelijk hebben ontvangen, ongeveer 55 miljoen euro, bekend waren. Wij hebben voor verzekeraars dus in een jaar tijd acht miljoen euro bespaard, zonder dat dit ten koste is gegaan van hun klanttevredenheid. Dat is bijna dertien procent van het geclaimde bedrag. Dan verbaast het me dat sommige verzekeraars zich druk maken over onze expertisekosten, die slechts drie à vier procent van de schadelast uitmaken. En dat zij mede uit het oogpunt van kostenbesparing de expertisegrens optrekken. Ik ben ervan overtuigd dat zij zich hiermee financieel flink in de vingers snijden en uiteindelijk veel meer geld kwijt zijn aan extra schadevergoedingen dan dat zij hierdoor besparen aan expertisekosten. Kennelijk kunnen wij hen dat onvoldoende duidelijk maken. Dat is iets wat wij ons als beroepsgroep zelf kunnen aanrekenen."
Vergrijzing
Een ander punt van zorg is de toenemende vergrijzing. "Ik voorzie dat de komende jaren veel kennis van de markt verdwijnt, zowel bij experts als op de schadeafdelingen bij verzekeraars en makelaars. We hebben door de jaren heen allen te weinig geïnvesteerd in nieuw talent. Er zijn weliswaar nieuwe, jonge experts en schadebehandelaren aangetrokken, maar ik vrees dat er op termijn zowel kwantitatief als kwalitatief een tekort ontstaat. Daarbij is het niet alleen een probleem dat schade-expert een ervaringsvak is, waarvoor enkele jaren van werkervaring nodig zijn; ook is er door de druk op de tarieven nauwelijks of geen financiële ruimte om nieuwe mensen op te leiden. We zijn mede daardoor gedwongen experts eerder dan voorheen 'in het diepe' te gooien", aldus Albers. Volgens hem ontstaat er bij samenwerking een win-winsituatie voor alle betrokken partijen. "Gun je businesspartners voldoende werk tegen een adequate marge, zodat zij bijvoorbeeld kunnen blijven investeren in de kwaliteit van hun dienstverlening en in hun expertisekorps, waaronder de opleiding en begeleiding van jonge experts. Dat is op termijn ook in je eigen belang."
Bron: Interview nieuwsbrief schade, week 51 2011